Wat is het retentierecht?

Het retentierecht is de bevoegdheid van de schuldeiser om afgifte van een zaak waarover hij de feitelijke macht uitoefent op te schorten totdat zijn vordering door de schuldenaar volledig wordt voldaan. Deze bevoegdheid komt enkel toe aan de schuldeiser die verplicht is tot afgifte van de zaak én de feitelijke macht over de zaak heeft. De vordering van de schuldeiser moet opeisbaar zijn. Dit is bijvoorbeeld het geval zodra de overeengekomen betalingstermijn ongebruikt is verstreken. Tussen de opeisbare vordering en de zaak moet voldoende samenhang bestaan. De schuldeiser die het retentierecht uitoefent wordt retentor genoemd.

TIP: het retentierecht kan door ondernemers worden gebruikt als krachtig en effectief pressiemiddel om onbetaalde facturen alsnog betaald te krijgen.

Wat is het retentierecht volgens de wet?

De wet, artikel 3:290 van het Burgerlijk wetboek, geeft de volgende betekenis:
“Retentierecht is de bevoegdheid die in de bij de wet aangegeven gevallen aan een schuldeiser toekomt, om de nakoming van een verplichting tot afgifte van een zaak aan zijn schuldenaar op te schorten totdat de vordering wordt voldaan.”

De voorwaarden

Uit het voorgaande volgt dat er aan een aantal voorwaarden moet zijn voldaan, voordat de schuldeiser de bevoegdheid heeft om het retentierecht in te roepen. Het gaat om de volgende drie voorwaarden:

  • De schuldeiser heeft een opeisbare vordering
  • De schuldeiser heeft de feitelijke macht over de zaak
  • Voldoende samenhang tussen de vordering en de zaak

Wanneer komt aan de schuldeiser het retentierecht toe?

In verschillende gevallen kan het retentierecht worden ingeroepen. Een aantal van deze mogelijkheden zijn in de wet vastgelegd. In de praktijk wordt meestal een beroep gedaan op artikel 6:52 van het Burgerlijk Wetboek. Dit artikel beschrijft het algemeen opschortingsrecht.

LET OP: Het retentierecht kan ook worden ingeroepen, indien de schuldeiser verplicht is om als eerst te presteren en hij goede reden heeft om te vermoeden dat de schuldenaar niet zal nakomen.

Regelend recht

De wettelijke regels over het retentierecht zijn van regelend recht. Dit houdt in dat partijen in hun overeenkomst daarvan kunnen afwijken. Partijen kunnen zelfs overeenkomen dat een beroep op het retentierecht wordt uitgesloten. Op die manier voorkomt bijvoorbeeld de opdrachtgever dat de aannemer de zaak kan achterhouden met een beroep op dit recht.

Praktijkvoorbeelden

Indien de facturen van de ondernemer onbetaald blijven, kan hij onder omstandigheden het retentierecht uitoefenen. Er zijn veel verschillende praktijkvoorbeelden waarin het retentierecht kan worden uitgeoefend door de ondernemer. Denk daarbij aan de volgende situaties:

  • Een aannemer die (een deel van) het verbouwde pand ontoegankelijk maakt totdat zijn factuur wordt betaald.
  • De garagehouder die een gerepareerde auto onder zich houdt totdat zijn factuur wordt betaald.
  • Een advocaat, notaris of accountant die het fysieke dossier van de cliënt achterhoudt totdat zijn factuur wordt betaald.
  • De zaakwaarnemer die een zaak onder zich houdt totdat aan hem de uitgaven waarop hij recht heeft zijn vergoed.

De zaak raakt uit de feitelijke macht

Indien de zaak uit de feitelijke macht van de schuldeiser raakt, kan hij de zaak tegenover derden opeisen alsof hij eigenaar is. Nadat de zaak in de feitelijke macht van de eigenaar is gekomen, is de schuldeiser echter niet bevoegd om de zaak op te eisen. Daarbij is niet van belang of de feitelijke macht over de zaak van de schuldeiser vrijwillig of onvrijwillig is geëindigd.

De wet, artikel 3:295 van het Burgerlijk wetboek, stelt hieromtrent namelijk het volgende:
“Raakt de zaak uit de macht van de schuldeiser, dan kan hij haar opeisen onder dezelfde voorwaarden als een eigenaar.”

LET OP: een contractueel verbod op verrekening laat de bevoegdheid om het retentierecht uit te oefenen onverlet.

Kenbaarheid

De redelijkheid en billijkheid vergen dat de schuldeiser die het retentierecht uitoefent aan de andere partij de reden daarvan kenbaar maakt. Ook kan daaruit voortvloeien dat zowel de schuldeiser als de eigenaar verplicht is om het instellen van een vordering tot afgifte aan de ander kenbaar te maken. Bij onroerende zaken kan het ingeroepen recht worden ingeschreven in de openbare registers van het Kadaster, zodat deze voor derden kenbaar is.

Retentierecht bij onroerende zaken

Het retentierecht geldt niet alleen ten aanzien van roerende zaken, zoals een:

  • Auto
  • Brommer
  • Horloge

De Hoge Raad heeft namelijk bepaald dat het retentierecht ook geldt ten aanzien van onroerende zaken, zoals een:

  • Perceel
  • Woning
  • Bedrijfspand

Bij roerende zaken zal afgifte vaak geschieden door de zaak feitelijk te overhandigen. Bij onroerende zaken geschiedt afgifte door de onroerende zaak te ontruimen.

Retentierecht tegenover derde

De schuldeiser kan in bepaalde gevallen het retentierecht ook tegenover een derde inroepen. Dit is bijvoorbeeld het geval indien de derde beschikt over een jonger recht. Daarvoor zijn de volgende twee vereisten bepalend:

  • De vordering van de schuldeiser ontstond voor het recht van de derde
  • De zaak is in de macht van de schuldeiser gekomen

Onder omstandigheden kan zelfs het recht worden ingeroepen tegenover een derde met een ouder recht.

Onterecht uitoefenen retentierecht

Het inroepen van het retentierecht is niet geheel zonder risico. Het onterecht uitoefenen daarvan kan namelijk grote nadelige (financiële) gevolgen hebben. De schade die de schuldenaar leidt doordat hij geen beschikking heeft over de zaak kan namelijk flink oplopen. Indien de schuldeiser het retentierecht onterecht uitoefent, leidt dit tot een verplichting tot betaling van schadevergoeding aan de schuldenaar.

TIP: Houth Advocaat adviseert u om de risico’s te laten beoordelen door een kwalitatieve en betaalbare advocaat, voordat u het retentierecht inroept.

Einde van het retentierecht

Het retentierecht eindigt in beginsel doordat de (on)roerende zaak in de macht komt van de schuldenaar. Indien de schuldeiser de zaak bijvoorbeeld vrijwillig en zonder voorbehoud afgeeft aan de schuldenaar wordt daarmee het retentierecht prijsgegeven. Daarnaast kan het recht in verschillende andere gevallen tenietgaan.

LET OP: het enkel toelaten van installatie- of afwerkwerkzaamheden aan een pand door een (onder)aannemer betekent niet per definitie dat de onroerende zaak daardoor in de feitelijke macht is gekomen van de schuldenaar.

Gedeeltelijke betaling van de vordering

Het retentierecht gaat pas teniet zodra de volledige vordering wordt betaald. Daaronder valt iedere vordering die voldoende samenhangt met de verplichting tot afgifte van de zaak. Dit kan zelfs een vordering uit een andere overeenkomst zijn. Bij gedeeltelijke voldoening blijft het retentierecht in beginsel bestaan.

Kosten

Het retentierecht kan ook worden ingeroepen voor de kosten die de schuldeiser maakt om op zorgvuldige wijze voor de achtergehouden zaak te zorgen.

Retentierecht in faillissement

Het retentierecht vervalt niet door het faillissement van de schuldenaar. Hierdoor kan de schuldenaar de zaak onder zich houden totdat de curator zijn vordering heeft betaald. De schuldeiser kan zijn vordering met voorrang verhalen op de zaak. Een achtergehouden zaak kan wel door de curator worden opgeëist voor de verkoop daarvan. De schuldeiser behoudt in dat geval zijn voorrang. De schuldeiser kan een redelijke termijn stellen waarbinnen de curator kan overgaan tot verkoop. Verstrijkt deze termijn dan kan de schuldeiser de zaak verkopen.

Hulp nodig of vragen?

Hierboven is de vraag “wat is het retentierecht?” beantwoord. Heeft u vragen over het retentierecht, de uitoefening of de gevolgen daarvan? Neem dan vrijblijvend contact op met Houth Advocaat: uw kwalitatieve en betaalbare contractenrecht advocaat en incasso advocaat. Houth Advocaat Uden heeft een landelijke dekking en staat zowel schuldeisers als schuldenaren bij. Vooral uit Uden en het gebied tussen Nijmegen, Den Bosch en Eindhoven. U kunt Houth Advocaat telefonisch bereiken op het nummer 06 42 27 52 67 of via colin@houthadvocaat.nl.